a preview of the site for open graph data
proizvod
Een blog over het
schrijven van een boek
Blog

Het monster moet vrij

12 juli 2016

Ik merk dat ik nu al uitstelgedrag vertoon. Ik ben bang om te beginnen want mijn aandacht is gericht op de randzaken. Hoe moet de kaft eruit zien, wat moet de tekst zijn op de achterkant en welke media zouden dit alles erg interessant vinden?

Mijn eerste lange stuk heb ik vorige week geschreven. In één stuk doorgeschreven en geëindigd op negentien pagina’s.  Voor mijn gevoel heb ik de grootste prestatie ooit geleverd. Ik heb wel vaker stukjes geschreven. Liefdesverhalen voor mijn vriendin. Wanneer deze pagina’s representatief zijn voor dit deel van de verhaallijn, dan kom ik totaal uit op 600 pagina’s totaal. Ik ben nog helemaal nergens.

De eerste feedback is vandaag binnengekomen. Ik heb het geschreven stuk gedeeld met een select aantal mensen, met de vraag om het te lezen en simpelweg hun mening te geven. Ook stel ik vragen hoe het leest en of het voelt.

Niet te volgen wartaal, je raakt de lezer binnen enkele zinnen kwijt en veel te veel onnodige tekst. Goed verhaal, maar slecht beschreven. Tegenwoordige en verleden tijd niet de hele tijd door elkaar en hele zinnen maken. Niemand gaat een boek in steno lezen“.

Een ander vindt dat het alleen maar vragen oproept waar geen antwoord op komt, er is geen begin en geen einde. Ik moet opnieuw schrijven.

Opnieuw beginnen. 20 pagina’s weggooien of herschrijven? Dat gaat het helaas niet worden, want wanneer ik moet gaan schrijven per hoofdstuk en elk hoofdstuk moet herschrijven en herschrijven dan gaat mij dit niet lukken. Ik schrijf wel door met de opbouwende kritiek in mijn achterhoofd. Zo creëer ik toch volume en het verbeteren komt later wel. Ik moet gewoon met voortschrijdend inzicht beter gaan schrijven. Hoe beter ik de eerste keer schrijf, hoe minder gedoe met herschrijven achteraf. Ik begrijp ook dat spelfouten en stijlfouten niet het probleem zijn, die kunnen namelijk eenvoudig worden hersteld. Het gaat om de stijl, om hoofd- en bijzaken. Ik moet schrijven over het thema en het moet zinvol zijn, het moet bijdragen, de lezer interesseren en vasthouden.

Ik moet in mijn verleden duiken, ik moet reflecteren en het zo opschrijven dat de lezer erbij is en meevoelt. Maar ik wil het helemaal niet opnieuw beleven allemaal.

Besluit vandaag: ik schrijf een fictief verhaal over een realiteit waar ik bij was. Het is mijn kijk op de werkelijkheid. Mijn waarheid. Maar wel een waarheid die ik moet nu gaan delen.

Ik begrijp de feedback wel. Er zit een rem op. Ik schrijf niet onbevangen vrijuit, want ik ben bang voor mijn eigen verleden, bang voor wie wat nog gelooft en bang voor wie weet wat de waarheid is. Ik ben Hades, ik besta niet, maar leg toch verantwoording af. Ik word geslachtofferd door mijn eigenaar zodat voor de buitenwereld alles lijkt op een brandschoon geveegde straat.

Om die reden durf ik niet te schrijven. Ik ben niet bang voor mijn omgeving en hun reacties, evenmin voor de reactie van mijn vriendin of mijn kinderen. Zij weten, denken en hopen dat ik fictie schrijf. Ik ben enkel bang voor mijn eigen verleden. Kan ik voldoende algemeen schrijven zonder dat het ware verleden ontwaakt, het zich herinnert en mij vervolgens achtervolgt?

Genoeg mensen in mijn omgeving hebben sowieso al twijfels over mijn denken. Dat komt door wat ik zeg en om hoe ik doe. Straks lezen zij het boek en geloven zij die fictie dan als de waarheid? Ziet mijn omgeving mij als auteur, als dader,  of wellicht zelfs als beide? Zelfs als ik maar een verzinsel ben, een boodschapper en een beschouwer, als een gedelegeerde van de directie die moet opruimen?

Het voelt als een straf. Als een kat die buiten in de regen moet zitten omdat hij binnen op het tapijt heeft gepist. Ik word door mijn eigenaar terecht gestraft voor wat ik inderdaad gedaan hebt. Nu moet ik het verkopen als fictie.

Elke letter die ik schrijf, elke beweging op het lege hagelwitte papier, voelt als een stukje zelfmoord. Ik moet niet schrijven alsof ik het verhaal vertel van iemand die ik ken. Ik moet mijzelf zijn, het moet in de ik-vorm. En als ik de lezer wil meenemen op mijn reis, dan zal het in de tegenwoordige tijd moeten.

De blokkade blijft in mijn hoofd. Ik zie het monster als een lachende haai onrustig zwemmen achter het dikke glas. Hij wil het verhaal nog wel een keer meemaken, het geheel dunnetjes herhalen. Misschien moet ik hem maar vrijlaten, want hij is namelijk de ware veroorzaker. Het is allemaal zijn fout.

De enige manier dat deze bekentenis tastbaar wordt, is om het monster vrij te laten. Alleen dan is het kwaliteit, de waarheid en een feit. Het is het monster dat de lezer mag gaan rondleiden in mijn geschiedenis, niet ik.

Het monster zit in mij en ik ben het monster.

Blijf op de hoogte

Als er een update is van het blog (of beter: hard nieuws over het boek), sturen we je meteen een kort berichtje.

Wij beschermen je privacy en delen je persoonsgegevens uitsluitend met derden die deze service mogelijk maken. Lees onze Privacyverklaring.